Het huis van het R.K. Armenbestuur
Veldheimweg 33 – Baarn

 

Een grote eerste steen in een bescheiden pand aan de Veldheimweg 33 in dit verhaal. Maar er moesten dan ook vier namen op. Er staat:

DE EERSTE STEEN GELEGD DOOR DEN

ZEW: HEER PASTOOR P.J.C. KOK

DEN 8-10-08.

HET R.K. ARMBESTUUR

H. HAK

G. DASHORST

A. BOUWMEESTER

De vraag die deze steen oproept is waarom zo’n steen in een toch niet erg groot huis? Maar laten we beginnen met de mannen op de steen. Eerst pastoor P.J.C. (Petrus Jacobus Cornelis) Kok. Hij was pastoor in Baarn van 1891 tot 1921. Na het overlijden van pastoor A.J.F. Oosterbaan, op 25 januari 1891 kwam pastoor P.J.C. Kok. De parochie in Baarn groeide en de dertig jaar oude kerk was te klein was geworden. Besloten werd tot nieuwbouw op dezelfde plaats. Een schoenenloods deed in de periode tussen de afbraak van de oude kerk en de ingebruikname van de nieuwe kerk dienst als hulpkerk. De eerste steenlegging voor de nieuwe kerk vond plaats op 28 mei 1904 door pastoor Kok. Al op 30 maart 1905 kon de kerk, die uiteraard evenals de vorige aan de H. Nicolaas was toegewijd, geconsacreerd worden. Zie verder over deze steenlegging onder Kerkstraat.
Op 8 oktober 1908 mocht de pastoor nogmaals een eerste steen metselen. Per slot was een pastoor in die tijd één van de notabelen van het dorp en dat bracht dit soort privileges met zich mee. De andere namen op de steen waren vooraanstaande inwoners van Baarn. Allen waren natuurlijk goede Rooms Katholieke parochieleden en gezamenlijk met de pastoor vormden zij het bestuur van het Armbestuur in Baarn.

Het  RK Armbestuur was een instelling die de zorg aan armen regelde in Nederland. In veel plaatsen kwam zo’n bestuur voor, zo ook in Baarn. Vanouds werd de zorg voor de arme medemens overgelaten aan kerkelijke en particuliere  instellingen. Deze instellingen waren aan voorschriften van stedelijke overheden gebonden. Op grond van de Armenwet van 1854 kon men subsidies verlenen op voorwaarde dat dan ook de niet-kerkelijke armen werden bedeeld. Vóór de Franse Revolutie werd de armenzorg echter meestal als een specifiek kerkelijke zaak beschouwd.

Op grond van de diezelfde Armenwet van 1854 werden gemeentelijke instellingen ingesteld die mensen moesten steunen waaraan om een of andere reden geen bedeling werd toegekend. Het burgerlijk armenbestuur bedeelde alleen wanneer kerkelijke en particuliere armbesturen en de familie niet bereid of in staat waren om uit te keren. Na de Eerste Wereldoorlog  werden de burgerlijke armbesturen omgezet in gemeentelijke instellingen als Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon.  Eerst gebeurde dit in de grote steden, later ook in kleinere gemeenten. De bestuurlijke verantwoordelijkheid werd later overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders.  Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de benaming Gemeentelijke Sociale Dienst. 

Op de foto’s Pastoor P.J.C. Kok (1891-1921), de steen voor en na de restauratie.

Informatie werd verzameld in het archief van de Historische Kring Baerne, uit het boek de geschiedenis van Baarn van Meester Pluim, op de website www.historischekringbaerne.nl,  op de website www.groenegraf.nl , diverse publicaties op internet en vooral uit gesprekken met bewoners van de panden waarin een steen zich bevind. Bijna alle foto’s zijn gemaakt door de auteur. De foto’s van het moment van de steenlegging zijn  gemaakt door de bewoners van het betreffende pand of zijn overgenomen uit oude kranten. Veel informatie is gevonden in de Baarnsche Courant.

Dank aan iedereen die belangeloos zijn medewerking heeft verleent bij het verstrekken van informatie.