Koetshuis Madoera
Javalaan 19 – Baarn

links boven een foto van de lijfspreuk van Prof. Johanna Westerdijk, eronder een foto van Johanna Westerdijk in haar lab en rechts een foto van Koetshuis Madoera.

Toen villa Java in 1839 werd gebouwd door de Amsterdamse patriciërsfamilie Rutgers van Rozenburg besloot men naast de villa een koetsierswoning met paardenstal  te bouwen. De koetsierswoning kreeg later de naam villa Madoera.

Tot 1929 bleef de stal en poort en koetshuis Madoera in tact en in gebruik. De paardenstal werd vooral gebruikt door directrice Johanna Westerdijk voor feesten en lezingen. Er stond een spreekgestoelte en een poppenkast. Die poppenkast werd door haar gebruikt om wetenschappelijke vondsten toe te lichten en die vondsten te bezingen. In 1929 werd besloten de schijnbaar verouderde paardenstal en poort af te breken.  Na de afbraak werd er een prakticum annex vergaderzaal aan Madoera gebouwd. En liet Johanna Westerdijk haar beroemde spreuk boven de ingang bevestigen. Het enige wat herinnerde aan de paardenstal en,poort was een tekeningetje. En op dat tekeningentje een gedichtje. De tekening dateert van 1931 en werd geschonken aan Harmanna Diddens ter gelegenheid van haar promotie aan de universiteit van Utrecht.  Het was in die tijd een goed gebruik het feestvarken een geschenkje te geven, zoals een feestlied, een gedichtje of tekening. Gelukkig werd toen besloten een tekening van de stal  en poort te laten maken.  Maar omdat dit het enige tastbare bewijs van de stal en poort was rees er twijfel over de werkelijke situatie. Tot……2000.

Afbeelding links Johanna Westerdijk, midden de tekening en rechts een oude foto van het koetshuis met de poort en één van de paardenkoppen, linksboven op de foto. 

In dat jaar werd er op het Centraal Bureau Schimmelcultures een oud glasnegatief gevonden met daarop een gedeelte van de stal en de poort en villa Madoera. Het bewijs was geleverd.

De stal had zoals gebruikelijk in die vroege periode boven de grote deuren twee paardenhoofden hangen. Waar die beide koppen gebleven zijn na de afbraak van de stal is nog steeds een raadsel. Het verhaal gaat dat ze in handen zijn geweest van slager Bibo die zijn zaak had in de Nieuwstraat. Later kwam hier reisbureau Bontour.  Maar hij heeft die koppen nooit aan zijn pand laten bevestigen. Vervolgens zouden de koppen bij de familie Van Paridon terecht gekomen zijn. Helaas liet de heer Van Paridon in 2000 weten dat hij ze niet had en ook nooit in de familie gezien had. Waar de koppen gebleven zijn weten we dus niet. Misschien dat één van de bezoekers aan deze tentoonstelling licht op deze zaak kan werpen. We horen dat graag.

Vanaf 1920 werd de koetsierswoning, villa Madoera, onafgebroken door twee oudere assistenten van het laboratorium bewoond.

Informatie werd verzameld in het archief van de Historische Kring Baerne, uit het boek de geschiedenis van Baarn van Meester Pluim, op de website www.historischekringbaerne.nl,  op de website www.groenegraf.nl , diverse publicaties op internet en vooral uit gesprekken met bewoners van de panden waarin een steen zich bevind. Bijna alle foto’s zijn gemaakt door de auteur. De foto’s van het moment van de steenlegging zijn  gemaakt door de bewoners van het betreffende pand of zijn overgenomen uit oude kranten. Veel informatie is gevonden in de Baarnsche Courant.

Dank aan iedereen die belangeloos zijn medewerking heeft verleent bij het verstrekken van informatie.